AFSCHEID COR DE GROOT
Het water van de Zuid Hollandse meren ligt er vandaag spiegelglad bij, alsof het de herinneringen weigert te rimpelen. Maar in de harten van de zeilclub laat de afwezigheid van Cor de Groot een diepe deining achter. Na een leven lang trouwe dienst, gevuld met de geur van teak hout, lak en frisse wind, neemt hij afscheid van de Regenboogklasse. Alhoewel, afscheid? In zijn hart zal het dat nooit zijn. Want de Wonderkind, met dat trotse nummer 16 op het zeil, was niet zomaar een boot. Zij was zijn lust en zijn leven.
Het begon allemaal in het magische jaar 1967. Cor kocht haar, zag haar potentie en restaureerde haar met de precisie die hij gewend was uit de winkel. Jarenlang werd ze gekoesterd, perfect onderhouden en glanzend in de lak gezet. Samen vochten ze tegen de elementen tijdens talloze wedstrijden, maar bovenal deelden ze puur, onversneden plezier. De tijd is echter een onverbiddelijke schipper. De jaren zijn gaan tellen en de leeftijd eist zijn tol; het gaat simpelweg niet meer om met haar uit te varen.
Cor was een man van aanpakken. Een groot deel van zijn leven stond in het teken van de Radio- en Witgoedzaak die hij van zijn vader overnam. Tot ver in zijn tachtigste droeg hij er nog zorg voor, met diezelfde toewijding waarmee hij aan het roer van de Wonderkind stond, totdat hij het stokje overdroeg aan zijn zoon Derek. Maar zodra er een wedstrijd op de kalender stond, ruilde Cor de winkel in voor het water. Samen met zijn geliefde Toos vormde hij een onafscheidelijk duo. Terwijl de Wonderkind klaarlag voor de strijd, diende hun vertrouwde tjalk als een warm en gastvrij thuisfront tijdens de evenementen.